Is vis goed voor een kat? In dit artikel lees je wat wetenschap zegt over vis in kattenvoer. Je ontdekt waarom vis geen natuurlijke basisvoeding is voor een woestijndier zoals de kat en hoe sterke geur kieskeurigheid kan versterken. Ook lees je over jodium en het mogelijke verband met hyperthyreoïdie, de calcium-fosforverhouding, thiaminase in rauwe vis en vitamine E in tonijn.
Daarnaast bespreek ik biomagnificatie bij roofvissen zoals tonijn en zalm, de aanwezigheid van PFAS en microplastics in zeevis, en wat bekend is over stapeling van stoffen in het lichaam. Ook komt vismeel in kattenvoer aan bod en de milieu-impact van visserij en aquacultuur.
Tot slot lees je wat onderzoek zegt over omega 3 vetzuren zoals EPA en DHA, visolie voor katten en het ontbreken van klinisch bewijs voor tandvleesverbetering bij katten. Een volledig, feitelijk en genuanceerd overzicht voor wie vis in de voeding van zijn kat kritisch wil bekijken.
Vis heeft bij veel mensen een gezond imago. Het wordt vaak genoemd als bron van omega-3 vetzuren en goede eiwitten. Veel katten vinden vis ook erg lekker. Toch is het verstandig om niet naar marketing of menselijke voeding te kijken, maar naar de kat zelf.

De kat is een echte vleeseter. Hij is volledig afhankelijk van dierlijke eiwitten. Onze huiskat stamt af van de Afrikaanse wilde kat. Dat is een dier dat in droge gebieden leeft. Daar zijn geen zeeën, geen oceanen en geen grote vissen zoals tonijn of zalm.
In de natuur eet een kat kleine landdieren zoals muizen, vogels, reptielen en insecten. Dat zijn prooidieren met een vaste verhouding van eiwitten, vetten en mineralen. Vis hoort daar van oorsprong niet bij.
Dat betekent niet dat een kat geen vis kan eten. Maar het betekent wel dat vis geen natuurlijke basisvoeding is voor dit dier.
Een kat eet met zijn neus
Katten ruiken extreem goed. Ze hebben ongeveer 20 miljoen geurcellen. Dat is veel meer dan mensen. Voor een kat is geur belangrijker dan smaak. Als een kat verkouden is en minder ruikt, eet hij vaak slecht.
Vis ruikt sterk. Vooral zeevis heeft een uitgesproken geur. Daardoor vinden veel katten voer met vis extra aantrekkelijk. Het ruikt sterker dan bijvoorbeeld kip of rund.
Hierdoor kan een probleem ontstaan. Als een kat vaak sterk ruikend voer met vis krijgt, kan hij andere voeding minder interessant gaan vinden. Wat wij ‘kieskeurig’ noemen, heeft vaak met geur te maken. Overstappen op ander voer kan dan lastig worden, bijvoorbeeld bij ziekte of allergie.

Allergieën
Uit onderzoek blijkt dat rund, kip en vis het vaakst genoemd worden als eiwitbron bij voedselovergevoeligheid bij honden en katten (Mueller et al., 2016). Dat betekent niet dat vis altijd klachten geeft. Het laat wel zien dat langdurig steeds dezelfde eiwitbron voeren niet altijd verstandig is.

De samenstelling van vis
Vis heeft een andere mineralensamenstelling dan een natuurlijke prooi zoals een muis. Een muis bevat bot en vlees, in balans. Vis bevat relatief meer fosfor en minder calcium. Als een kat langdurig veel vis krijgt, kan die verhouding minder gunstig zijn.
Vis bevat ook jodium. Vooral delen zoals kop en huid bevatten meer jodium. In diervoeding worden vaak ook visbijproducten gebruikt, zoals koppen, huid en graten. Dat is volgens Europese regels toegestaan.
Uit studies blijkt dat voeding mogelijk een rol speelt bij het ontstaan van hyperthyreoïdie bij katten. In onderzoek is een verband gevonden tussen het voeren van commercieel blikvoer, vooral varianten met vis, en een verhoogd risico op deze schildklieraandoening (Edinboro et al., 2004; Wakeling et al., 2009). Deze onderzoeken tonen een verband, maar bewijzen niet dat vis de oorzaak is.
Daarnaast laat onderzoek zien dat zowel te weinig als te veel jodium invloed heeft op de schildklier bij katten (Yu et al., 2011). Dat betekent dat grote schommelingen of langdurig hoge jodiuminname geen neutrale factor zijn.

Thiaminase
Rauwe vis kan een stof bevatten die thiaminase heet. Deze stof breekt vitamine B1 af. Een tekort aan vitamine B1 kan ernstige klachten veroorzaken. Door verhitting wordt deze stof grotendeels onschadelijk gemaakt, maar bij rauwe vis blijft dit een aandachtspunt.
Tonijn bevat daarnaast relatief weinig vitamine E. Vitamine E beschermt vetten in het lichaam. Bij langdurig eenzijdig voeren kan een tekort ontstaan. In commerciële voeding wordt vitamine E meestal toegevoegd.
Vis bevat ook magnesium. Onder bepaalde omstandigheden kan dit bijdragen aan de vorming van blaasgruis. Het is geen simpel oorzaak-gevolgverhaal, maar bij een eenzijdig visdieet kan de mineralenbalans minder gunstig worden.

Roofvissen en ophoping van stoffen
Een roofvis eet andere dieren. Hoe hoger een dier in de voedselketen staat, hoe groter de kans dat stoffen zich in het lichaam ophopen. Dit heet biomagnificatie.
Tonijn is een grote roofvis die hoog in de voedselketen staat. Daardoor kunnen zware metalen zoals kwik zich sterker ophopen.
Zalm is een vis die andere dieren eet en daarmee hoger in de voedselketen staat dan planteneters, maar lager dan grote roofvissen zoals tonijn. Zalm eet kleinere dieren, maar is geen planteneter. Ook in zalm worden zware metalen en andere milieuverontreinigingen aangetroffen. De hoeveelheid verschilt per herkomst.

PFAS en microplastics
PFAS zijn chemische stoffen die jarenlang in allerlei producten zijn gebruikt, zoals blusschuim en waterafstotende materialen. Deze stoffen breken nauwelijks af en blijven lang in het milieu aanwezig.
Uit Europese risicobeoordelingen blijkt dat mensen via voeding PFAS binnenkrijgen en dat deze stoffen zich in het lichaam kunnen ophopen (EFSA, 2020). Ze worden langzaam uitgescheiden. Dat betekent dat kleine hoeveelheden, wanneer ze regelmatig worden ingenomen, zich in de loop van de tijd kunnen opstapelen.
Voor katten is minder specifiek onderzoek beschikbaar. Wel is bekend dat PFAS zich in zoogdieren kunnen ophopen in bloed en organen. Katten zijn, net als mensen, zoogdieren. Het is daarom niet uit te sluiten dat langdurige blootstelling ook bij katten effect kan hebben, al is dit niet specifiek onderzocht.
Microplastics zijn kleine plasticdeeltjes die ontstaan door het uiteenvallen van groter plastic afval. Deze deeltjes worden opgenomen door kleine organismen, vervolgens door vissen en zo verder in de voedselketen. In zeevis zijn microplastics aangetoond.
Wat microplastics precies doen in het lichaam wordt nog onderzocht. Een deel kan worden uitgescheiden, een deel kan in weefsel achterblijven. Daarnaast kunnen microplastics andere stoffen aan zich binden, waardoor ze mogelijk als drager van vervuilende stoffen kunnen optreden. De exacte gevolgen op lange termijn zijn nog niet volledig duidelijk.
Belangrijk is het principe van stapeling. Een roofvis eet kleinere vissen die zelf al stoffen hebben opgenomen. Zo kan de hoeveelheid vervuilende stoffen per stap hoger worden. Als katten regelmatig vis eten, krijgen zij de stoffen binnen die zich in die vis hebben opgehoopt. Dat betekent niet dat elke portie vis schadelijk is. Wel betekent het dat bij langdurig en frequent voeren vis een bron kan zijn van stoffen die zich kunnen opstapelen.
Vismeel
In veel kattenvoer zit vismeel. Dat is gemalen en gedroogde vis of visresten. Dit kunnen hele vissen zijn, maar ook bijproducten zoals koppen en graten. Als op een etiket staat “vismeel” of “vis en visbijproducten”, is niet altijd duidelijk welke delen precies zijn gebruikt. Vismeel zorgt voor een sterke geur en maakt voer aantrekkelijker.

Milieu en visserij
Onderzoek laat zien dat menselijke activiteiten wereldwijd invloed hebben op zee-ecosystemen (Halpern et al., 2008; FAO, 2022). Sommige vistechnieken kunnen de zeebodem verstoren.
Bij viskweek, zoals zalmkweek, worden soms antibiotica gebruikt om ziekten te beperken. Dit is beschreven in wetenschappelijke literatuur (Cabello et al., 2013). Binnen de Europese Unie gelden regels voor maximale residuen, maar het gebruik van medicatie in kweek is een bekend onderwerp.

Omega-3 vetzuren en visolie
EPA en DHA zijn vetzuren uit visolie. Uit onderzoek blijkt dat deze vetzuren invloed kunnen hebben op ontstekingsprocessen in het lichaam (Bauer, 2011).
Wil je omega-3 toevoegen aan de voeding van je kat, dan kan dat via een supplement.
Sommige fabrikanten vermelden dat omega-3 mogelijk een rol kan spelen bij de gezondheid van het tandvlees. Omdat tandvleesproblemen samenhangen met ontsteking, wordt daarbij verwezen naar de invloed van EPA en DHA op ontstekingsreacties.
In wetenschappelijke onderzoeken bij katten is op dit moment geen direct bewijs gevonden dat visolie tandvleesproblemen voorkomt of geneest. Er zijn geen gepubliceerde klinische studies gevonden waarin bij katten is aangetoond dat visolie het tandvlees daadwerkelijk verbetert.
Dat betekent niet dat het geen effect kan hebben. Het betekent dat dit specifieke effect bij katten nog niet met goed klinisch onderzoek is aangetoond.

De balans
Vis is geen ‘verboden voer’ voor katten. Het is ook niet automatisch schadelijk. Maar het is geen natuurlijke basisvoeding voor een woestijndier zoals de kat.
De sterke geur kan kieskeurigheid versterken. Vis bevat jodium. Rauwe vis kan thiaminase bevatten. Tonijn bevat weinig vitamine E. De verhouding van calcium en fosfor wijkt af van natuurlijke prooidieren. Roofvissen kunnen meer vervuilende stoffen bevatten. Microplastics en PFAS worden in vis aangetroffen. Vismeel is niet altijd duidelijk gespecificeerd.
Een kat heeft geen vis nodig om gezond te blijven. Variatie in dierlijke eiwitten en voldoende vocht in de voeding sluiten beter aan bij de natuurlijke behoeften van de kat.

Geraadpleegde bronnen
Bauer, J. E. (2011). Therapeutic use of fish oils in companion animals. Journal of the American Veterinary Medical Association, 239(11), 1441–1451. https://avmajournals.avma.org/view/journals/javma/239/11/javma.239.11.1441.xml
Cabello, F. C., Godfrey, H. P., Buschmann, A. H., & Dölz, H. J. (2013). Aquaculture as yet another environmental gateway to the development and globalisation of antimicrobial resistance. The Lancet Infectious Diseases, 13(10), 843–846. https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1473309913702326
Edinboro, C. H., Scott-Moncrieff, J. C., Janovitz, E., Thacker, H. L., & Glickman, L. T. (2004). Epidemiologic study of risk factors for feline hyperthyroidism. Journal of the American Veterinary Medical Association, 224(6), 879–886. https://avmajournals.avma.org/view/journals/javma/224/6/javma.2004.224.879.xml
European Food Safety Authority. (2020). Risk to human health related to the presence of perfluoroalkyl substances in food. EFSA Journal, 18(9), e06223. https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.2903/j.efsa.2020.6223
Food and Agriculture Organization of the United Nations. (2022). The State of World Fisheries and Aquaculture 2022. https://www.fao.org/3/cc0461en/cc0461en.pdf
Halpern, B. S., Walbridge, S., Selkoe, K. A., et al. (2008). A global map of human impact on marine ecosystems. Science, 319(5865), 948–952. https://www.science.org/doi/10.1126/science.1149345
Mueller, R. S., Olivry, T., & Prélaud, P. (2016). Critically appraised topic on adverse food reactions of companion animals (2): Common food allergen sources in dogs and cats. BMC Veterinary Research, 12, Article 9. https://bmcvetres.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12917-016-0633-8
Wakeling, J., Everard, A., Brodbelt, D., Elliott, J., & Syme, H. (2009). Risk factors for feline hyperthyroidism in the UK. Journal of Small Animal Practice, 50(8), 406–414. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1748-5827.2009.00775.x
Yu, S., Wedekind, K. J., & Morris, J. G. (2011). Iodine requirement in adult cats. Journal of Animal Physiology and Animal Nutrition, 95(4), 427–435. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1439-0396.2010.01072.x
Verantwoording
Ik heb dit artikel met grote zorg geschreven en gebaseerd op geraadpleegde wetenschappelijke literatuur en openbare bronnen. Ik geef de beschikbare kennis weer zoals die op het moment van schrijven bekend is. Als onderzoek geen direct oorzakelijk verband aantoont, benoem ik dat expliciet.
Wie kan aantonen dat een specifieke passage feitelijk onjuist is, kan mij daarvan via e-mail een concrete melding doen met onderbouwing en bronverwijzing. Ik neem geen algemene meningen, interpretaties of niet-onderbouwde stellingen in behandeling.
Laatste update: 29 maart 2026

