Diabetes bij katten is een complexe en ingrijpende aandoening waarbij het lichaam onvoldoende insuline aanmaakt of gebruikt, waardoor de bloedsuiker langdurig te hoog blijft. Dit artikel legt helder uit wat diabetes bij katten is, hoe het ontstaat en welke rol factoren zoals overgewicht, ontstekingen en chronische stress spelen. Ook wordt uitgelegd waarom voeding met weinig koolhydraten essentieel is en hoe insulinebehandeling in de praktijk werkt.
De tekst geeft uitleg bij veelvoorkomende misvattingen, zoals het idee dat thuis testen niet nodig is of dat speciaal dieetvoer altijd geschikt is. Juist het dagelijks meten van bloedsuiker en ketonen blijkt cruciaal om complicaties zoals hypoglycemie en diabetische ketoacidose te voorkomen. Ook wordt uitgelegd waarom de juiste dosering insuline per kat verschilt en niet alleen op gewicht gebaseerd kan worden.
Daarnaast geeft het artikel praktische handvatten voor het leven met een kat met diabetes, zoals het opbouwen van routines, omgaan met prikmomenten en het eventueel gebruik van hulpmiddelen zoals een glucose-sensor. Er wordt ook aandacht besteed aan herstel en remissie, waarbij sommige katten met de juiste aanpak gedeeltelijk kunnen herstellen.
Deze uitgebreide uitleg helpt katteneigenaren om beter geïnformeerde keuzes te maken, risico’s te beperken en de kwaliteit van leven van hun kat met diabetes te verbeteren. Het artikel combineert praktijkervaring met inhoudelijke kennis en richt zich op realistische, toepasbare zorg in de dagelijkse situatie.
april 2026, gastblog door Nicole Mommertz, gediplomeerd kattengedragstherapeut en socialiseerder van volwassen (ver)wilde(rde) huiskatten
Nicole is niet alleen gediplomeerd kattengedragstherapeut, ze heeft zich daarnaast jarenlang intensief verdiept in kattengedrag en kattenvoeding. In dit gastblog deelt zij onderbouwde informatie over diabetes (suikerziekte) bij de kat, gebaseerd op literatuurstudie en uitgebreid overleg met verschillende veterinaire professionals op dit vakgebied.
Diabetes bij katten: over misvattingen en foutieve informatie
Diabetes is een van de meest ingrijpende en levensveranderende ziekten bij katten voor zowel kat als eigenaar. Letterlijk, want het vraagt nogal wat aanpassingen. Alleen al omdat je een kat 2x per dag op vaste tijden moet prikken om insuline toe te dienen en daarnaast nog eens ongeveer 4x per dag om de bloedsuikerwaarden en ketonen vast te kunnen stellen. Een aandoening die je het liefst nooit wil meemaken! Toch kan het je zelfs met de allerbeste zorg voor je kat gebeuren dat je er ineens mee geconfronteerd wordt.

Diabetes bij katten komt regelmatig voor. Toch zijn er heel erg veel misvattingen in omloop en zelfs foutieve informatie. Daarom dit verhaal. Heb je een kat met diabetes? Lees dit dan vooral GOED door!
Inhoudsopgave
- 1 Diabetes bij katten: over misvattingen en foutieve informatie
- 2 Wat is diabetes?
- 3 Hoe ontstaat diabetes?
- 4 De behandeling
- 5 Freestyle Libre
- 6 Misvatting 1: andere middelen
- 7 Misvatting 2: thuistesten
- 8 Misvatting 3: ketonen
- 9 Misvatting 4: dieetvoer
- 10 Misvatting 5: gewicht
- 11 Misvatting 6: eten
- 12 Misvatting 7: eenheden
- 13 Misvatting 8: instabiel
- 14 Misvatting 9: spuitjes hergebruiken
- 15 Nawoord
- 16 Vragen?
Wat is diabetes?
In het kort is diabetes een aandoening waarbij de alvleesklier te weinig insuline aanmaakt waardoor de suikerwaarde in het bloed veel te hoog wordt over een lange(re) termijn. Insuline is een hormoon dat ervoor zorgt dat suiker in de cellen kan worden opgenomen. Wanneer er dus te weinig of geen insuline wordt aangemaakt door het lichaam, krijgen de cellen niet meer voldoende energie om goed te kunnen functioneren. De suikers in het bloed worden via de urine uitgescheiden zonder dat ze dat doen wat de bedoeling is. De gevolgen hiervan zijn o.a. hart- en vaatziekten, maar ook kunnen neurologische problemen zoals verlamming van de achterhand een gevolg zijn omdat de spieren en het zenuwstelsel ook geen (of te weinig) voeding meer krijgen.

Hoe ontstaat diabetes?
Diabetes kan op verschillende manieren ontstaan. Enkele oorzaken zijn:
- je kat is te dik. Vet kan de complete hormoonhuishouding door de war sturen, waardoor diabetes kan ontstaan
- je kat heeft een onderliggende aandoening of ontsteking. Denk bijvoorbeeld aan alvleesklierontsteking, waardoor de cellen die insuline aanmaken niet meer goed kunnen functioneren
- chronische stress. Er is een directe relatie tussen diabetes en chronische stress. Natuurlijk veroorzaakt een onderliggende ontsteking en pijn ook stress. Of wanneer een kat te dik is om zichzelf goed te kunnen bewegen en verzorgen (denk ook aan artrose)

De behandeling
Over het algemeen zijn katten met diabetes goed te behandelen, maar dit vraagt een heel grote verandering in het leven van mens en kat. En katten houden helemaal niet van veranderingen! Dus zeker in het begin is er heel veel geduld noodzakelijk en zul je echt wel regelmatig met je handen in het haar zitten.
In het kort zijn de volgende veranderingen levensnoodzakelijk:
- veranderen van voeding! Zorg ervoor dat je kat geen voer meer krijgt met méér dan 5% koolhydraten! Koolhydraten worden namelijk in het lichaam omgezet in suikers en verhogen daarmee direct de bloedsuikerwaarde. Het omzetten naar andere voeding kan extreem lastig zijn omdat de meeste katten simpelweg niet willen eten wat ze niet kennen. Dit vraagt dus om beleid! In dit gastblog voor deze website heb ik daar uitgebreid over geschreven: goede voeding voor katten
- de kat moet voortaan 2x per dag op vaste tijden insuline ingespoten krijgen. Nog even los van de routine (je moet dan namelijk thuis zijn en kunt bijvoorbeeld niet meer echt uitslapen) is dit voor heel veel mensen doodeng om te doen. Gelukkig went dit vrij snel en met de juiste spuitjes heeft de kat er nauwelijks last van. Tip: zet de kat het eten voor, kijk of hij goed eet en geef daarna het spuitje terwijl hij nog aan het smikkelen is. Let altijd op dat je niet door de huid heen steekt zodat de insuline over de vacht verspreid raakt, want je mag niet nog een keer prikken! Insuline is een heel gevaarlijk hormoon bij verkeerd gebruik!
- Juist omdat insuline zo gevaarlijk is, is het noodzakelijk dat je de bloedsuikerwaarde controleert! Dit wil zeggen dat je de kat elke dag, voordat je insuline spuit, in het oor moet prikken en met een speciale meter de waarde afleest en noteert. Dit noteren is belangrijk omdat je zo kunt bijhouden hoe het met de diabetes van je kat gaat. Het kan namelijk gebeuren dat wanneer de onderliggende oorzaak behandeld of weggenomen wordt, de diabetes verdwijnt. Dat bloedprikken in het oor doe je ook elke dag zo’n 4-6 uur nadat je de insuline hebt ingespoten. Waarom? Omdat je absoluut wil weten wat de insuline voor je kat doet. Mogelijk heeft de kat teveel gekregen. Je wil echt niet dat je kat te weinig suikers in het bloed krijgt door een teveel aan insuline of doordat je kat minder eet of heeft gegeten. Daalt de bloedsuikerwaarde teveel, dan kan je kat een zgn. hypo krijgen, ofwel hypoglycemie. Dat betekent dat de kat te weinig bloedsuikers heeft. Hypo’s zijn extreem gevaarlijk. De kat kan in coma raken en kan er zelfs aan overlijden. Vaak belanden dit soort katten bij de Spoedeisende Hulp. Kortom: minimaal 4x per dag in het oortje prikken van je kat om een druppeltje bloed op te vangen is absoluut noodzakelijk!
- Diabetes kan ook zgn. diabetische ketoacidose (DKA) als gevolg hebben. DKA kan gebeuren als het lichaam onvoldoende insuline heeft (of onvoldoende werkt) om glucose uit het bloed op te nemen en daardoor vet gaat verbranden in plaats van bloedsuiker. Daardoor ontstaan ketonen. Deze kunnen zich in het bloed ophopen waardoor het bloed zuur wordt: ketoacidose. Ketoacidose vereist onmiddellijke behandeling door een dierenarts, want dit is levensbedreigend!
Het elke dag controleren van de ketonen in het bloed is dan ook geen overbodige luxe. Als je geluk hebt, heb je voldoende aan de normale oorprik en kun je zowel bloedsuikerwaarde als ketonen achter elkaar meten.
- Je bent er nog niet met prikken! Je zult de waardes ook elke keer moeten opschrijven zodat je het effect van de insuline kunt waarnemen en weet wanneer je meer of minder moet gaan prikken. Hiervoor zijn hele handige spreadsheets beschikbaar. Onder andere via deze besloten Facebookgroep: Feline Diabetes Support Group. Een Facebookaccount is vereist om te kunnen deelnemen aan deze groep. Dit is een van de meest waardevolle bronnen over diabetes bij katten die ik heb kunnen vinden. De mensen die deze pagina runnen hebben jarenlange ervaring met katten met diabetes en baseren zich op valide wetenschappelijke kennis. Je kunt er met al je vragen terecht en krijgt goed degelijk antwoord.

Er is ook positief nieuws. Veel katten kunnen in zgn. remissie raken. Remissie wil zeggen dat het probleem van de diabetes langzaamaan minder wordt, bijvoorbeeld omdat het lichaam weer zelf voldoende insuline gaat aanmaken. Sterker nog, katten kunnen zelfs (een soort van) genezen van diabetes. Ze zullen er wel een leven lang gevoelig voor blijven, dus regelmatig prikken om de bloedsuikerwaarde te controleren blijft een noodzakelijk euvel.
Het prikken in het oor van de kat kan extreem lastig zijn. De kat reageert hier meestal feller op dan op de insuline prikken zelf. Het goede nieuws is, dat ook de kat hier op den duur aan went. De een wat beter en sneller dan de ander. Geef dus niet op! Maak het een routine en beloon de kat na de prikken met iets lekkers! De meeste katten zijn er na een paar dagen aan gewend. En geloof mij, ik was op dag drie echt een zenuwinzinking nabij en heb huilend op de vloer gelegen. Op dag vier besloot de kater ineens dat het allemaal eigenlijk niet zo erg is. Nu ligt hij snorrend te wachten op de prik en vooral zijn snoepje.
Let op! Niet alle prikjes geven voldoende bloed. Hier vind je een overzicht van waar je het beste kunt prikken (de tekening komt van deze website). Speciaal voor Kattenvoorlichting.nl heeft Nicole er zelf een goed plaatje van gemaakt:

Zorg ervoor dat het oortje warm is, want dan stroomt er meer bloed. Soms moeten oortjes ook “nog leren om te bloeden”. Geduld is dus in alle opzichten een must.
Je kunt ook in de onderkant van de voetjes (op de kale plekken) prikken. Sommige katten accepteren dat beter. Let wel dat je kat op die voetjes loopt (en in de kattenbak graaft!) en de kans op ontstekingen daardoor groter wordt.

Freestyle Libre
Wil je liever niet minimaal 4x per dag in het oortje van je kat prikken? Dan kun je kijken of je een Freestyle Libre kunt (laten) plaatsen. Dit is een chip die met een app verbonden is, waardoor je met je telefoon de bloedsuikerwaarde op elk moment van de dag kunt controleren. Dat lijkt handig, ware het niet dat het plaatsen van zo’n chip lang niet altijd lukt. De plek van plaatsing moet goed kaalgeschoren zijn, mag niet op een huidplooi zitten en ook niet daar waar de kat er makkelijk bij kan. Vaak plakt zo’n chip niet voldoende en valt eraf. Dan kun je aan je dierenarts vragen of hij/zij het kan doen met een beetje veterinaire/weefsellijm. Maar let op, want komt de chip zelf in aanraking met de lijm, kan deze stoppen met functioneren. Nadeel van zo’n chip is dat het minder nauwkeurig is dan een bloedprik. Kijk voor meer informatie in deze besloten Facebookgroep (Freestyle Libre for dogs and cats) die gerund wordt door mensen met verstand van zaken. Om lid te worden van deze Facebookgroep heb je een Facebookaccount nodig.

Misvatting 1: andere middelen
“Er zijn ook andere middelen op de markt die door de voeding gaan of direct in de mond gespoten kunnen worden. Dan hoef ik niet te prikken.”
FOUT!
Ook bij deze middelen is het essentieel dat je de bloedsuikerwaarde elke dag controleert en vooral de ketonen! Deze middelen staan erom bekend dat ze sneller ketoacidose kunnen veroorzaken dan insuline.
Daarbij werken deze middelen anders dan insuline. Ze zorgen ervoor dat de suiker niet meer door de nieren terug in het lichaam kan worden opgenomen. De middelen zijn relatief nieuw en de langetermijngevolgen, bijvoorbeeld voor de nieren, zijn vooralsnog niet bekend. Daarbij zijn deze middelen lang niet voor elke kat geschikt. Ze mogen pas gebruikt worden wanneer een kat verder helemaal gezond is. Over de vraag of je kunt overstappen van insuline naar deze middelen zijn de meningen verdeeld. De ervaringsdeskundigen op de diverse fora zeggen dat je beter niet kunt overstappen. Omgekeerd kan trouwens wel. Kijk voor meer informatie in deze besloten Facebookgroep, bijgehouden door experts en gebruikers: FDSG: Bexacat/Senvelgo Support and Information. Om lid te worden van deze groep is een Facebookaccount nodig. 
Misvatting 2: thuistesten
“Thuistesten is niet nodig. Een keer per week even de bloedsuikerwaarde controleren is voldoende.”
FOUT!
De bloedsuikerwaarde is feitelijk een momentopname. Wanneer je kat bijvoorbeeld wakker wordt en gaat lopen, gaat de lever meteen glucose (bloedsuiker) vrijmaken. Wanneer de bloedsuiker voorafgaand aan de insulineprik al heel laag is, is het gevaarlijk om dan alsnog insuline te geven. Je kat kan dan een hypo krijgen. Daarbij is het ook belangrijk om een goed beeld te krijgen van het verloop van de bloedsuikerwaarde bij je kat en de reactie op insuline. Daarom is het absoluut noodzakelijk om thuis te testen en dan liefst elke keer vooraf aan de insulineprik en 4-6 uur daarna om het effect te meten.
Veel dierenartsen vinden thuistesten niet nodig. Zij gaan voor het globale beeld 1x per week en met name kwaliteit van leven. De bloedsuikerwaarde kan per kat echt enorm schommelen. Toch is het in verband met mogelijke hypo’s echt beter om het maar wel te doen.
Misvatting 3: ketonen
“Ketonen kun je prima in de urine van de kat testen. Dan heb je voldoende beeld.”
Niet helemaal…
Ja, je kunt ketonen via de urine testen. Maar volgens ervaringsdeskundigen heeft die waarde een vertraging in zich en is minder nauwkeurig. Gevolg hiervan kan zijn dat de ketonen in het bloed al dusdanig hoog zijn dat je toch nog met spoed met je kat naar de Spoedeisende Hulp moet, terwijl dit nog niet blijkt uit de waarde van de urine. Ikzelf ben dan van mening dat je de ketonen beter met een bloeddruppeltje kunt controleren!

Tip: veel doosjes van bijvoorbeeld prikkers hebben een geplastificeerd laagje. Ik bewaar de lipjes van die doosjes en schraap daarmee wat van het overgebleven bloeddruppeltje op waarmee ik vervolgens meteen de ketonen test. Op deze manier hoef je niet extra te prikken.

Misvatting 4: dieetvoer
“Zet je kat op een speciaal dieetvoer voor katten met diabetes.”
FOUT!
Speciale dieetvoeren voor katten met diabetes bevatten TEVEEL koolhydraten. Zoals gezegd worden koolhydraten in het lichaam omgezet in suiker. En laat dat nou precies het probleem zijn bij diabetes: teveel suiker in het bloed! Een kat mag max 5% koolhydraten eten. Deze speciale diëten bevatten meer dan 10%. Bij twijfel, controleer altijd de labels! Hier vind je mijn onderbouwde artikel over goede voeding voor katten.
Let op!
Vaak staat het percentage koolhydraten niet vermeld op het blikje of de zak kattenvoer. Dit kun je vrij eenvoudig zelf berekenen. Tel alle percentages (eiwit, vet, as, vocht, etc.) bij elkaar op en trek dit af van 100%. Wat overblijft is het percentage koolhydraten. Let er wel op dat sommige voerproducenten de percentages niet nauwkeurig noteren. Het is mij al overkomen dat ik bij de optelling alleen al over de 100% uitkwam terwijl de koolhydraten niet vermeld waren. Het beste is om gewoon goed voer te kopen. Voor kattenvoer geldt meestal ook: goedkoop is (uiteindelijk) duurkoop.
Misvatting 5: gewicht
“Hoeveel weegt je kat? Dan kan ik je zeggen hoeveel insuline hij nodig heeft.”
Nou nee!
Zoals gezegd is diabetes een heel ingrijpende maar ook een zeer ingewikkelde aandoening. Voor het toedienen van insuline wordt het gewicht vaak als “veilige richtlijn” genomen. Zeker als je niet continu de bloedsuikerwaarde meet, wordt het heel lastig om de juiste hoeveelheid insuline te achterhalen. De hoeveelheid insuline is niet afhankelijk van het gewicht van de kat maar van de restcapaciteit van de alvleesklier. Maakt een alvleesklier zelf nog wel insuline aan, bijvoorbeeld bij een dikke kat, dan is het heel goed mogelijk dat deze dikke pluizebol veel minder insuline nodig heeft dan een kleine kat. De hoeveelheid insuline is dus voor elke kat verschillend. En kan ook veranderen. Bijvoorbeeld omdat het kattenlijf aan de insuline gaat wennen of zelf weer insuline gaat aanmaken. De ENIGE JUISTE hoeveelheid kun je alleen vaststellen door dagelijks 4x de bloedsuikerwaarde te meten!

Misvatting 6: eten
“Een kat met diabetes mag maar 2x per dag eten, namelijk wanneer hij zijn insuline krijgt.”
FOUT!
Dit is het protocol voor honden. Een kat eet van nature meerdere kleinere hapjes per dag. Wanneer je ervoor zorgt dat je kat voeding krijgt zonder koolhydraten (vlees!) mag hij de hele dag door eten, want de voeding heeft dan geen invloed op de bloedsuikerwaarde. Het is ook beter om altijd voer klaar te hebben staan. Zou de kat toch onverhoopt teveel insuline hebben gekregen, kan hij in ieder geval voldoende eten om dat teveel op te vangen. De kans op een hypo wordt zo veel kleiner.
Misvatting 7: eenheden
“Begin met 1 eenheid insuline (of verhoog met 1 eenheid insuline).”
FOUT!
Het lichaam van een kat moet kunnen wennen aan het toedienen van insuline. Wanneer je met teveel insuline begint of verhoogt, kan de lever compleet op tilt slaan en meer suikers gaan vrijmaken. Insuline is namelijk gevaarlijk en het lichaam weet dat. Dat de bloedsuiker stijgt omdat de lever erop gaat reageren is echt het laatste dat je wil! Experts adviseren om liefst zo laag mogelijk te beginnen en dus met 0,25 eenheden of met 0,5. Dit zijn ook de stapjes bij het verhogen wanneer dat noodzakelijk blijkt. Sommige experts zeggen zelfs dat je het beste maar met 0,10 eenheden kunt verhogen of verlagen. Geef de kat altijd minimaal 5 tot 7 dagen de tijd om aan de insuline of de verhoging daarvan te laten wennen. Het na een paar dagen meteen verhogen werkt averechts en dan ben je dus nog verder van huis.
LET OP! De lever van de kat kan ook reageren met het vrijmaken van extra bloedsuikers wanneer de kat teveel insuline krijgt. De waardes wisselen dan enorm, er lijkt geen pijl op te trekken, de suiker is vaak heel hoog en dan ineens weer laag. Je zou dan al snel denken dat de kat meer insuline nodig heeft, maar het kan juist precies het omgekeerde zijn! Teveel insuline kan er dus voor zorgen dat de lever gaat compenseren en veel glucose vrijmaakt waardoor de bloedsuiker hoog blijft. Dit maakt diabetes bij katten dus zo vreselijk ingewikkeld. Wanneer de bloedsuikerwaardes echt enorm schommelen, ga dan eerst langzaam verlagen (houd de ketonen goed in de gaten dat deze niet te hoog worden! Ketonen tussen 0,6 en 1,0 is normaal. Bij hogere waarden lopen katten risico op DKA).

Misvatting 8: instabiel
“Je kat is de afgelopen tijd ineens veel minder stabiel op de benen of zelfs verlamd geraakt. Daar is niets meer aan te doen.”
Nee, hoor!
Vooral voor die gevallen waar de kat wiebelig wordt, met de achterpoten plat op de grond gaat lopen, niet meer (goed) kan springen of zelfs verlamd raakt klopt dit niet. Diabetes kan grote gevolgen hebben voor het zenuw- en spierstelsel van de kat. Dit is meestal weer omkeerbaar, namelijk door een tijdlang dagelijks vitamine B12 en foliumzuur aan de kat te geven door wat lekkers heen, bijvoorbeeld in een beetje rauwe tartaar of wat rauwe kipfilet. Vitamine B12 en foliumzuur kun je niet overdoseren. Een teveel wordt door het lichaam weer uitgescheiden. De meeste katten knappen zichtbaar op wanneer ze deze vitaminen krijgen toegediend. Je ziet al na een dag of 2 verbeteringen in de bewegingen en soms zelfs springen. Dit is weliswaar niet wetenschappelijk aangetoond, maar wanneer de praktijk anders uitwijst en je kunt het niet overdoseren, waarom zou je het dan niet doen?
Let op: heeft je kat onderliggend ook een alvleesklierontsteking? Dan is vitamine B12 al helemaal EEN MUST! Samen met voldoende vocht (natvoer, natvoer, natvoer!) veel minder vetten in de voeding en meer vocht (natvoer!), kan de alvleesklierontsteking heel goed onder controle te krijgen zijn mits je er op tijd bij bent!
Misvatting 9: spuitjes hergebruiken
“Je kunt de insulinespuitjes vaker dan 1x gebruiken. Volgens sommigen tot wel 5x!”
FOUT!
Hier kun je zien hoe een insulinespuitje eruitziet nadat het 1x en vaker gebruikt is. Een spuit dus niet vaker gebruiken! De foto komt uit dit wetenschappelijke artikel.
Dit zijn de belangrijkste misvattingen die in omloop zijn. Mogelijk zijn er nog veel meer. Mijn advies is altijd: blijf kritisch! Zorg ervoor dat je je heel goed informeert. En werk aan een nieuwe routine met je kat die voor beiden goed vol te houden is (voor zolang als dat noodzakelijk is).

Nawoord
Dit artikel is tot stand gekomen door vele gesprekken en mailwisselingen die ik heb gehad met verschillende dierenartsen. De misvattingen zijn gecontroleerd en bijgesteld n.a.v. een lang gesprek met een expert van de Universiteit Utrecht Diergeneeskunde. Ik noem hier geen namen omdat deze mensen niet weten dat ik op basis van al deze gesprekken en mailwisselingen een artikel geschreven heb. Ik heb het dus geschreven in mijn eigen woorden en dus niet wetenschappelijk.
Vragen?
Allereerst veel dank aan Nicole voor het schrijven van dit informatieve artikel. We hopen allebei dat we hiermee veel kattenbaasjes kunnen helpen!
Heb je zelf een suikerkat en heb je vragen of loop je tegen problemen aan?
Als je een Facebookaccount hebt dan kun je je aanmelden voor onderstaande Facebookgroepen, waar veel leden met expertise aanwezig zijn. Dit zijn besloten Facebookgroepen, dus alleen de leden van de groep kunnen meelezen, niet zomaar iedereen die op Facebook zit. Dit zijn Engelstalige Facebookgroepen. Om vertaalfouten door Facebook te voorkómen, kun je je vragen het beste in het Engels stellen.
Voor vragen én handige spreadsheets om de dagelijkse controle van diabeteswaarden (bloedsuiker en ketonen) bij te houden kun je je aanmelden voor deze Facebookgroep: Feline Diabetes Support Group.
Voor vragen over Senvelgo kun je je aanmelden voor deze Facebookgroep: FDSG: Bexacat/Senvelgo Support and Information.
Voor vragen over de Freestyle Libre kun je terecht in deze Facebookgroep: Freestyle Libre for dogs and cats.
Gebruik je geen Facebook of vind je het lastig om je hulpvraag goed te formuleren in het Engels? Misschien kan Nicole met je meedenken. Stuur mij gerust een e-mail en dan zet ik je bericht aan haar door.

