In dit uitgebreide verzamelartikel over hardnekkige fabels over katten worden misverstanden ontkracht met wetenschappelijke onderbouwing en praktijkervaring. Je leest waarom een kat geen prooi meebrengt als “cadeau”, waarom katten mensen niet pesten en waarom dominantie bij katten niet bestaat. Ook komen veelvoorkomende misvattingen aan bod over sproeien, castratie en sterilisatie, sociale behoeften, samenleven met andere katten en het idee dat katten groepsdieren zijn.
Daarnaast behandelt het artikel fabels over kattenvoeding, zoals het misverstand dat blikvoer geen voedingsstoffen bevat of wormen zou veroorzaken. Er wordt uitgelegd waarom azijn, chloor en Dettol ongeschikt zijn om kattenurine te reinigen, waarom katten niet instinctief weten wat giftig is en waarom verrijking en een catproof huis essentieel zijn. Ook onderwerpen als snorharen, rode en driekleurige katten, katten en vogelsterfte, het gebruik van de kattenbak, het heetste moment van de dag en historische mythes over katten in Egypte worden uitgebreid besproken.
Het artikel biedt een helder overzicht van feiten over kattengedrag, gezondheid, voortplanting, zwerfkattenproblematiek en welzijn. Door fabels te herkennen en te vervangen door correcte informatie, verbeter je de band met je kat en voorkom je onnodige problemen in gedrag, verzorging en samenleven. Een compleet naslagwerk voor iedere kattenliefhebber die feiten van fictie wil onderscheiden.
Hardnekkige fabels over katten
Nadat ik eerst kattenweetjes en kattenfeiten op een rijtje heb gezet, is het nu eens tijd om de hardnekkige fabels over katten de wereld uit te helpen!
Inhoudsopgave
- 1 Hardnekkige fabels over katten
- 2 Fabel 1: een kat neemt een prooi mee naar huis…
- 3 Fabel 2: mijn kat vertoont vervelend gedrag om mij te pesten
- 4 Fabel 3: een kat komt altijd op zijn pootjes terecht
- 5 Fabel 4: poezen sproeien niet, dat doen alleen katers
- 6 Fabel 5: een kater wordt gecastreerd en een poes wordt gesteriliseerd
- 7 Fabel 6: een kat is een sociaal groepsdier
- 8 Fabel 7: azijn is een goed middel om kattenurine te verwijderen
- 9 Fabel 8: mijn kat is dominant
- 10 Fabel 9: van blikvoer krijgen katten wormen
- 11 Fabel 10: katten zijn ieder jaar verantwoordelijk voor de dood van miljoenen vogels
- 12 Fabel 11: een lapjeskat is altijd een poes
- 13 Fabel 12: een rode kat is altijd een kater
- 14 Fabel 13: mijn kat is autistisch
- 15 Fabel 14: snorharen
- 16 Fabel 15: de kattenbak gebruiken
- 17 Fabel 16: katten in Egypte werden aanbeden als goden
- 18 Fabel 17: een kat weet instinctief wat giftig is
- 19 Fabel 18: het heetste moment van de dag
- 20 Fabel 19: verzamelfabels
- 21 Afschot van katten is volstrekt zinloos
Ik zal deze post blijven aanvullen met fabels die ik overal (en met name op social media) tegenkom
Fabel 1: een kat neemt een prooi mee naar huis…

Fabel 1: een kat neemt een prooi mee naar huis…
- als cadeau, omdat hij van je houdt
- omdat je niet goed voor jezelf zorgt, je kat wil je dat dan duidelijk maken
Er zijn nog veel meer varianten op deze fabel. In de verte zit er een kern van waarheid in, als je denkt dat je kat voor je wil zorgen!
De kat is een solitaire jager. De meeste katten nemen hun gevangen prooi mee naar een veilige plek, om het daar in alle rust op te eten. En welke plek is veiliger dan het eigen huis – het hart van zijn territorium?
Interessant gedrag dat bij poezen wordt waargenomen (en ook bij sociale, zorgzame katers) is het meebrengen van een prooi voor kittens die nog niet kunnen jagen. De moederpoes neemt prooien mee naar het nest en roept de kittens (van dan ongeveer 3-4 weken oud) met een typisch miauwtje. In eerste instantie zijn de prooien dood, daarna half-levend en uiteindelijk levend. De moederpoes leert de kittens zo om te gaan met prooien totdat ze zelf kunnen jagen.
Er zijn katten die exact dit gedrag vertonen bij hun eigenaar, met vermoedelijk hetzelfde doel! En dit gedrag wordt in stand gehouden of uitgebreid als een eigenaar erop reageert. Want katten doen het bijvoorbeeld ook met speelgoed, kleding en sokken. Er zijn katten die speelgoed en kleding (of andere spulletjes) hetzelfde behandelen als een prooi. Als de eigenaar het grappig gedrag vindt en (om die reden/onbewust) beloont, dan zal de kat het blijven doen of vaker doen. Negatieve aandacht kan natuurlijk ook voldoende zijn voor een kat om dit gedrag te blijven vertonen. Dus als je ervan walgt dat je een dode muis of vogel aangeboden krijgt en daar negatief op reageert, is het mogelijk dat je kat het ook blijft doen.
Andere varianten op dit gedrag zijn het gooien van speelgoed in de waterbak of de etensbak, zelfs het gooien van speelgoed in de kattenbak wordt gemeld door kattenbaasjes. Dit hangt dan samen met wat de kat als de veiligste plek beschouwt om de prooi neer te leggen of op te eten, en dat kan dus ook een van die plekken zijn.
bron: webinar ‘een katvriendelijk huis’, door Maggie Ruitenberg, november 2022
Fabel 2: mijn kat vertoont vervelend gedrag om mij te pesten

Dit is een ernstige en schadelijke fabel. We horen dit wel eens van mensen die dit zeggen over hun kat die buiten de bak plast of poept. Als we horen dat mensen dat denken, dan schrikken wij heel erg. Bij plassen of poepen buiten de kattenbak is vaak een medische oorzaak aanwezig voor dit gedrag en de kat heeft hulp nodig! Als er geen medische oorzaak is, dan is er vaak een gedragsreden of er is iets mis in huis of met de kattenbak. Daarover kun je hier meer lezen.
Mensen die geloven dat hun kat hen pest of zelfs wraak wil nemen, lopen het risico een slechte band met hun kat te krijgen en de kat zou daar wel eens de dupe van kunnen worden! Als je kat iets stouts doet en je aankijkt of wacht op jouw reactie, dan is de kans groot dat hij op een negatieve manier aandacht van jou vraagt. Katten zijn slimme dieren die gauw door hebben hoe ze aandacht kunnen krijgen van hun eigenaar. Probeer eens om twee keer per dag – op vaste tijden – 5 minuten samen met je kat te spelen. Dat is aandacht die je kat zeker zal waarderen. Katten zijn niet in staat tot het hebben van ‘secundaire emoties’, zoals dat heet. Katten kennen geen gevoelens zoals jaloezie, schaamte, of schuldgevoel. Daar kun je hier meer over lezen en ook dr. Esther Bouma geeft er goede uitleg over in dit artikel met een filmpje.
Fabel 3: een kat komt altijd op zijn pootjes terecht
Helaas is dit niet waar. Met een beetje “geluk” duurt de val lang genoeg zodat de kat de tijd heeft zijn lichaam te draaien naar de juiste positie, om op zijn pootjes terecht te komen. Het gebeurt natuurlijk ook heel vaak dat een kat bij de val lichaamsdelen breekt of een val met de dood moet bekopen. Klik hier voor meer informatie over dit onderwerp.
Fabel 4: poezen sproeien niet, dat doen alleen katers

Een veelgehoord misverstand. Ook poezen sproeien. En niet alleen om te markeren, maar ook als het plassen pijn doet. Sommige katten associëren de pijn met de kattenbak. Het gevolg is dan dat ze buiten de kattenbak gaan plassen of ze gaan sproeien. Ook als jonge poesjes voor het eerst krols worden, komt het voor dat ze gaan sproeien om aan leuke katers te laten weten dat ze dekrijp zijn. Als je volwassen gecastreerde kater of poes zomaar ineens gaat sproeien in huis, ga dan naar de dierenarts. Is er geen medische oorzaak te vinden, lees dan deze tips.
Fabel 5: een kater wordt gecastreerd en een poes wordt gesteriliseerd
Zowel bij een kater als bij een poes is sprake van een castratie, omdat er geslachtsorganen worden verwijderd. Bij een sterilisatie worden de eileiders bij een poes alleen onderbroken (afgebonden). De eierstokken worden dan niet verwijderd. Maar bij de poes wordt bijna altijd gekozen voor het verwijderen van de eierstokken en dan heb je het – net zoals bij een kater waarbij de balletjes worden verwijderd – over een castratie.

Fabel 6: een kat is een sociaal groepsdier
Dat is per definitie onjuist, een fabel dus. Katten zijn alleen maar sociaal naar keuze en dan bij voorkeur naar katten die ze zélf uitkiezen om mee samen te leven.
Te beginnen met de feiten – en die zijn:
- de kat heeft géén soortgenoten in zijn nabijheid nodig. Hij kan zelfstandig jagen, een schuilplaats vinden en zijn territorium verdedigen. Hij houdt zichzelf schoon en zijn nagels scherp. Hij beschermt zichzelf door zijn omgeving constant in de gaten te houden en zijn behendigheid, snelheid en kracht in te zetten wanneer zich problemen voordoen. Als hij merkt dat hij daar niet aan kan ontkomen, gebruikt hij zijn jachtwapens voor verdediging
- de voorouder van onze kat zoekt uitsluitend contact met andere katten om zich voort te planten en poezen hebben, als ze kittens hebben, een zeer goed ontwikkeld moederinstinct
- zijn de kittens eenmaal groot genoeg om op eigen pootjes te kunnen staan, dan zet moeder haar solitaire leven weer voort en wordt vaak al snel weer krols, veroorzaakt door hormoonveranderingen waardoor een kat vruchtbaar is en zwanger… Waarna het contact zoeken met de andere sekse en de voortplanting zich herhaalt. De poezen zijn dus ook uitermate vruchtbare dieren, vergeleken met sommige andere zoogdieren
- Katten hebben géén biologische behoefte aan gezelschap, zoals honden (en mensen); in hun eentje voelen veel katten zich prima. Katten hebben géén roedelstructuur zoals honden, en in kattengroepen bestaat géén hiërarchie die is gebaseerd op dominantie en onderwerping (deze eerste alinea komt uit een artikel van Katten Kenniscentrum Nederland)
- aanvullingen van Marieke:
- een kat jaagt én eet nog steeds het liefst alléén; bevriende katten vinden het vaak iets minder erg als een kattenvriend naast hem eet, maar zéker niet altijd
- er zijn katten die vreedzaam samenleven in kattenkolonies (buiten, op boerderijen, in het wild), omdat zij daar zélf voor kiezen – en met wie ze willen samenleven
- katten die zijn opgegroeid met andere katten en op latere leeftijd in groepen blijven leven (bijvoorbeeld raskatten, zwerfkatten, de “vaste” katten bij opvangstichtingen) zijn vaak sociaal omdat ze dat als kitten al op een positieve manier geleerd hebben. Maar niet altijd! Ook bij goed gesocialiseerde katten komt het voor dat er katten zijn die liever rustig alleen wonen
Je kunt niet zeggen dat iedere kat een kattenvriendje moet hebben, of dat iedere kat ongelukkig is in zijn eentje. Veel katten leven écht liever alleen!
Het is belangrijk goed naar het gedrag van je kat te kijken en – misschien met hulp van een gediplomeerde kattengedragstherapeut – te bepalen of je jouw kat een plezier doet met een vriendje, of juist niet. Wil je meer lezen over dit onderwerp? Kattengedragstherapeut Liesbeth Puts heeft er een goed artikel over geschreven, dat vind je hier.
Als je besloten hebt dat er een kat bij komt, volg dan een stappenplan om je nieuwe kat thuis te introduceren. Dan is de kans het grootst dat de katten vriendjes zullen worden. Meer informatie over de juiste introductie van katten vind je hier.
Fabel 7: azijn is een goed middel om kattenurine te verwijderen
Een hardnekkige fabel. Azijn is (net als chloor en Dettol) de slechtste keuze om urine, plas- en sproeiplekken mee schoon te maken. In azijn zitten stoffen die ook in kattenurine aanwezig zijn en de kans is heel groot dat de kat juist op de “schoongemaakte” plaats gaat plassen of sproeien! Om plasplekken en sproeisporen schoon te maken kun je het beste kiezen voor een sopje gemaakt van Biotex-poeder (wasmiddel). Bij ernstige vervuiling of bij moeilijk te behandelen oppervlakken zoals muren of een betonvloer, kies je het beste een professioneel product. Ik ben het meest enthousiast over PI-Solve voor het verwijderen van urinegeur, zowel voor de kat als voor jezelf.

Fabel 8: mijn kat is dominant
Ik geef al jaren uitleg over deze misvatting, maar elke week krijg ik wel weer minstens één mail waarin baasjes zeggen dat hun kat dominant is.
Talloze gediplomeerde kattengedragstherapeuten hebben al over deze hardnekkige fabel geschreven om die de wereld uit te helpen. Maar zelfs veel fokkers zeggen dit tegen mij en én tegen hun kittenkopers, dus geen wonder dat zoveel baasjes dit blijven geloven! De fokker zal het wel weten, toch? Helaas blijkt telkens weer dat verreweg de meeste fokkers totaal geen inzicht hebben in kattengedrag (dat baseer ik natuurlijk niet alleen op dit onderwerp, maar op 20 jaar ervaringen met gruwelijke en schadelijke adviezen die fokkers aan kittenkopers hebben gegeven, met alle kwalijke gevolgen van dien!).

Katten zijn solitaire jagers en geen groeps- of kuddedieren. Groeps- en kuddedieren zijn voor hun overleven afhankelijk van anderen. En daar zit het verschil: katten hebben geen andere katten nodig om te overleven. Katten leven alléén maar samen met andere katten als ze dat zélf willen. Maar je ziet ook maar al te vaak dat katten liever als enige kat leven, of zelfs een stille vijandschap hebben die door baasjes vaak over het hoofd wordt gezien. Zijn jouw katten wel écht bevriend of is er slechts sprake van een gedoogrelatie? Dat kun je bepalen door het lezen van dit artikel!

Het feit dat katten geen groepsdieren zijn, is de simpele reden dat er géén machtsverhouding bestaat tussen katten. Er is geen rangorde / hiërarchie, omdat het niet nodig is. Een kat voorziet zelf in zijn eigen voedsel en welzijn. En als je geen groepsdier bent, dan ken je dus ook geen dominantie en géén onderwerpingsgedrag. Op de rug liggen is géén onderwerping bij katten – en op een hoge plek zitten boven andere katten is géén teken van dominantie.

Een kat kán niet ‘dominant’ of ‘onderdanig’ zijn en dit hardnekkige misverstand leidt tot veel onbegrip voor de kat als diersoort. Gedrag dat baasjes en fokkers ‘dominant’ noemen, noemen we liever ‘assertief‘, want de ene kat kan wel stoerder en zelfverzekerder zijn dan de ander natuurlijk.

En hoe zit het dan als een kat de beste slaapplaats inpikt of ervoor zorgt dat een andere kat er niet bij het baasje op schoot (bij) durft te komen liggen? Ook dat heeft niets te maken met dominantie!

Een kat is gericht op zijn eigen overleven én eigen welzijn en houdt geen rekening met de wensen van andere katten. Als kuddedier moet je dat wel doen; de veiligheid en het overleven van de hele kudde is belangrijker dan het overleven van het individu, maar als kudde zorgen de dieren wél voor elkaar, dat is hun instinct. Maar dat gaat dus niet op voor katten!

De beste ligplek is een ‘bron’ die voor een kat belangrijk is. Bronnen zijn bijv. voer, water, de kattenbak, de fijnste slaapplaats in huis, de schoot of aandacht van het baasje, etc. Hoe meer bronnen je (verdeeld over) het huis hebt, hoe minder conflicten er zullen zijn over de verdeling ervan. Goed bevriende katten hebben er ook weinig problemen mee om die bronnen te delen.
Katten zijn solitaire jagers én solitaire eters. Spelen met speelgoed is voor een kat hetzelfde als jagen. Jagen en eten doen katten alléén en liever niet samen met anderen. Een uitzondering van katten die geen problemen hebben met samen (naast elkaar) eten, zijn katten die (van kitten af aan) goed bevriend zijn. Die hebben er vaak geen problemen mee om naast elkaar te zitten met eten. Maar verreweg de meeste katten ervaren stress als ze dicht naast een andere kat moeten eten.
Helaas zien de meeste baasjes de stresssignalen daarvan niet. Op de foto’s hierboven kun je het goed zien. Mijn katten kregen altijd al apart eten, minimaal 1 meter bij elkaar vandaan. En ik blijf er altijd bij zodat iedereen rustig kan eten en er niets wordt gepikt. Een enkele keer stak een van de katten zijn grote neus in het bakje van de ander en daar heb ik waardevolle foto’s van gemaakt om de stresssignalen van te kunnen laten zien! De oren naar achteren is een van die stresssignalen.
De kat ervaart het als een een bedreiging voor hun eigen overleven als ze (dicht) naast een andere kat moeten eten en al zéker als die heel snel klaar is en ligt te loeren naar zijn etensbak. Dat geeft een kat echt veel stress. Weet je het niet zeker of wil je op safe spelen? Geef je katten dan apart eten, minimaal 1 meter bij elkaar vandaan. Is er altijd een eerder klaar met eten en wil hij de etensbak van de ander leegroven? Overweeg dan om ze in aparte ruimten eten te geven.
Fabel 9: van blikvoer krijgen katten wormen

Deze fabel vond ik wel héél bijzonder en ik begrijp echt niet waar dit idee vandaan komt. Blikvoer komt het dichtst in de buurt van natuurlijke voeding voor een kat. Katten lopen wormen op door het ruiken aan besmette ontlasting of het eten van besmette prooidieren. Er zijn alleen maar goede redenen om blikvoer te geven…maar dan natuurlijk wél kwaliteitsvoer! Wat wij beschouwen als kwaliteitsvoer vind je in dit bericht.
Nog een fabel over blikvoer: het bevat geen voedingsstoffen
En ook een heel erge fabel, nota bene afkomstig van verschillende dierenartsen! Verschillende baasjes voerden geen blikvoeding meer, want de dierenarts had gezegd dat daar “geen voedingsstoffen” in zitten, dat het “alleen maar bestaat uit vocht”. Een heel schadelijke en schokkende fabel!
Diervoeding en de etikettering ervan is gebonden aan wettelijke regelgeving. Het is pertinent onjuist dat blikvoer voor honden en katten slechts een blik geurend water is, zonder voedingsstoffen. Natuurlijk zijn er heel grote kwaliteitsverschillen en het grootste probleem met diervoeding is, dat het niet soortgericht is. Er worden geen blikjes met muizenvlees verkocht en veel diervoeding is ongeschikt voor katten omdat het voor het grootste deel bestaat uit koolhydraten – waar een kattenlichaam zo goed als niets mee kan. Blikvoer is in veel opzichten beter dan brokken, om verschillende redenen! In dit bericht geven we uitgebreide uitleg over blikvoeding en daar vind je ook een lijst van kwaliteitsmerken.
Specifiek voedingsadvies nodig voor je kat?
Heb je specifiek voedingsadvies nodig voor je kat? Is je kat niet gezond of heb je advies op maat nodig van een onafhankelijke expert?
Informatiesite over kattenvoer. Onafhankelijk en betrouwbaar met een heel handige vergelijker van kattenbrokken!
Kim’s Kattenweetjes
De interessante Facebookpagina van Kim’s Kattenweetjes met onafhankelijke en onderbouwde informatie over kattenvoeding (openbaar en zonder Facebookaccount te lezen)
Persoonlijk advies over kattenvoer, je kunt hier terecht met al je vragen (privégroep op Facebook, account vereist)
Fabel 10: katten zijn ieder jaar verantwoordelijk voor de dood van miljoenen vogels
Een van de hardnekkigste fabels is dat katten ieder jaar verantwoordelijk zijn voor de dood van miljoenen vogels. Wetenschappelijke studies toonden aan dat de impact van katten op het vogelbestand veel lager is dan in het algemeen wordt aangenomen. Omdat katten overdag op vogels jagen, wat veel zichtbaarder is, lijkt het alsof ze hier veel succes in boeken. In werkelijkheid lukt hen dit niet zo heel vaak en zijn katten veel actiever en ook veel effectiever in het jagen op knaagdieren (’s nachts!). De grootste bedreiging voor vogels is de mens. De mens veroorzaakt de meeste vogelsterfte! Wetenschappelijke onderbouwing van de feiten en aantallen over vogelsterfte door katten vind je hier.
Fabel 11: een lapjeskat is altijd een poes

Bijna alle driekleurige katten (zwart, wit en rood, vaak lapjeskat genoemd) en katten met rood en zwart (schildpadpoes of schildpadkat) zijn vrouwelijk. 1 op de 3000 lapjes- of schildpadkatten is een kater in plaats van een poes. Deze katers zijn meestal steriel en kunnen geen nakomelingen produceren. Kijk voor meer uitleg op deze website van een dierenarts.
Fabel 12: een rode kat is altijd een kater

Je ziet ze niet veel, maar er zijn wel degelijk rode poezen. Hoe het genetisch in elkaar zit als een rode kat vrouwelijk is, kun je lezen op de website van het Katten Kenniscentrum Nederland.
Fabel 13: mijn kat is autistisch
Nee, dat is je kat dus niet. Katten kunnen niet autistisch zijn. In dit artikel vertel ik er meer over.

Fabel 14: snorharen
Er doen nogal wat fabels over snorharen de ronde. De bekendste fabel is dat een kat met zijn snorharen ’test’ of hij ergens doorheen past. De lengte van de snorharen zouden daarbij bepalend zijn, als die niet zo ver uitsteken, dan zou een kat aan de hand daarvan bepalen dat hij door een opening past met zijn hele lichaam. Aangezien het regelmatig voorkomt dat katten vast komen te zitten in te kleine ruimtes en er zelf niet meer uit kunnen komen, is dat niet erg geloofwaardig en wij beschouwen dit dan ook als een fabel.
Ik kreeg via de mail wel een héél bijzondere theorie toegestuurd die we nog niet eerder gehoord hadden. Hoewel het voor ons direct ongeloofwaardig klonk, hebben we het toch nagevraagd bij Praktijk voor Kattengedrag. Dit was de theorie:
“Gisteren is een zwerfkat weggebracht en de melder wilde de leeftijd weten. Ik zei hem dat dit niet tot nauwelijks te bepalen was. Toen kwam hij met de snorharentheorie, zou ooit een Engels onderzoek zijn geweest: hoe ouder de kat, hoe meer de snorharen naar voren gaan staan.”
Liesbeth reageerde hierop als volgt:
“Snorharen zijn tastzintuigen en kunnen daarom geen vaste stand innemen.”.
Bij honden is de leeftijd bij benadering goed te bepalen aan de hand van het gebit. Gek genoeg is dit bij katten niet zo. Een vriendin van mij had zelfs zo’n bijzondere situatie met een geadopteerde asielkat! Zijn gebit was zó puntgaaf, wit en prachtig, dat de dierenarts zei: het is echt niet te zeggen. Hij kan 6 jaar zijn of 13 jaar. Er was niets anders waardoor zijn leeftijd goed geschat kon worden, mooie vacht, geen ouderdomskwalen… Maar toen de kat binnen 2 jaar na adoptie een te snel werkende schildklier kreeg, was wel duidelijk dat het vermoedelijk toch om een oudje moest gaan/ Deze aandoening komt bij jonge katten hoogstzelden voor. Het is een echte ‘oude katten-kwaal’. Meer tips en informatie over de oudere kat kun je hier vinden.
Fabel 15: de kattenbak gebruiken
Een hardnekkige fabel die ik overal tegen blijf komen (zelfs op websites van zogenaamde ‘experts’ op andere kattengebieden): het gebruik van de kattenbak wordt door de moeder aan kittens geleerd. Dit is pertinent onjuist. Als kittens rond de vier weken oud zijn, gaan ze zélf instinctief op zoek naar een plek om een kuil te graven en proberen dan zelfstandig te plassen en te poepen. Dat is eveneens de reden dat alles dat lijkt op ‘zand’, zo goed werkt in een kattenbak. Dat is voor een kat natuurlijk en herkenbaar; je kunt graven in zand en je behoeftes ondergraven.
Het probleem met kattenbakvulling
Daar zit ook meteen het probleem met wat wij beschouwen als goede kattenbakvulling: dat is niet bekeken door de ogen van de kat! Grit met de raarste geuren (katoenbloesem, vanille, sinaasappel, babypoedergeur, noem het maar op!), keiharde en scherpe kristallen met een voor de kat wel degelijk chemische geur, pijnlijke, harde houtpellets die pijn doen aan de gevoelige voetzooltjes… het is voor een kat verre van een ideale plas- en poepplek en het lijkt al zeker niet op hun voorkeursmateriaal: geurloos zand!
Kattengrit dat heel zacht is aan de poten, ongeparfumeerd is en de structuur heeft van zand, heeft in alle gevallen de voorkeur (test het zelf maar eens door een extra kattenbak met zulk grit erbij te zetten!). Als het grit klompvormend is, dan is dat vooral voor ons heel fijn met uitscheppen (liefst in 2 verschillende kattenbakken en 3x per dag uitscheppen).
Ook ik heb het in 2007 bij mijn eigen kittens gezien hoe ze zonder enige begeleiding van moederpoes voor het eerst naar de kattenbak gingen. Het idee dat een kitten of een volwassen kat onzindelijk is (of wordt) doordat hij te vroeg bij de moeder is weggehaald of moederloos was, is simpelweg onjuist. Iedere zwerfkattenorganisatie die moederloze kittens opvangt en de rol van de moederpoes vervangt door het buikje te masseren en de anus te “wassen”, kan dit vanuit de praktijk beamen, dat kittens vanaf een bepaalde leeftijd zélf de kattenbak gaan gebruiken. Zónder dat pleegmoeders dat moeten “voordoen” of de kittens naar de kattenbak moeten slepen, of iets dergelijks. Plassen en poepen is een ontzettend belangrijke lichaamsfunctie en het zou vanuit de natuur gezien totáál onlogisch zijn dat een kitten tot een bepaalde leeftijd zijn moeder nodig zou hebben om te kunnen plassen en poepen.
Fabel 16: katten in Egypte werden aanbeden als goden
Dat zou best kunnen, maar de meeste mensen krijgen daar een heel romantisch beeld bij. Als de katten werden aanbeden als goden, dan zouden ze in al die verering toch zeker ook wel een geweldig leven moeten hebben gehad bij de Egyptenaren. Nou, bepááld niet!
Zo leuk was het allemaal niet voor katten in die tijd! Massale fokkerijen om de katten (met name kittens; makkelijker te mummificeren!) te kunnen offeren, mummificeren en mee te kunnen sturen met de doden. Tot zover de “aanbidding”. 🙁
Er zijn massagraven gevonden met alléén maar katten. De omstandigheden van de katten waren niet best. Fokkerijen met duizenden katten op een te klein oppervlak.
Ik heb nog steeds spijt dat ik het uitgebreide artikel dat ik hierover gelezen heb, nooit bewaard heb. Nu kan ik het artikel nergens meer terugvinden, maar ik ben het nooit vergeten en het heeft mijn romantische beeld van de Egyptenaren in de oudheid en hun relatie met katten wel heel erg bijgesteld…
Hier een link naar de weinige informatie die ik er online over heb kunnen vinden: WAARSCHUWING VOOR SCHOKKENDE TEKST❗️Link naar het oorspronkelijke artikel (Engelstalig).
Aanvulling, met dank aan Lianne, die het doorgaf via Facebook:
“In het boek The Domestic Cat staat er een heel stuk over. Katten werden onder verschrikkelijke omstandigheden gefokt om gedood en geprepareerd te worden Om met mensen te worden begraven. Vooral níet lezen!”
Fabel 17: een kat weet instinctief wat giftig is
Een absolute fabel! Als dit zo zou zijn, dan zouden jaarlijks niet al die katten bij de spoed van de dierenarts belanden met vergiftigingen.

Vergiftiging is bij katten ernstiger dan bij mensen (kinderen) en bij honden. Katten zijn sneller vergiftigd door hun geringe lichaamsgewicht, maar vooral omdat zij als obligate carnivoren (strikte vleeseters) bepaalde leverenzymen missen om schadelijke stoffen in het lichaam te kunnen afbreken. Vooral binnenkatten en jonge, speelse katten lopen grotere risico’s op vergiftiging.

Het instinct dat de kat nog heeft past bij de natuurlijke leefomgeving (een woestijnachtige omgeving) en het instinct is daarop aangepast. Dit instinct heeft een kat nog steeds. In de woestijn groeien weinig of geen giftige planten (zoals de zeer giftige lelie), er zijn geen giftige schoonmaakmiddelen, geen groene aanslagreiniger op de tegels, geen chocola en geen antivries. Omdat ze moeten jagen om zichzelf in leven te houden, is er ook geen onderprikkeling. Want dat laatste is misschien nog wel het grootste probleem: dat (binnen-)katten gaan knagen aan giftige planten of zich willen vermaken met giftige stoffen om leuke prikkels op te doen. Bescherm je kat en bied voldoende eetbaar groen aan, maar zorg ook voor andere verrijking in en om het huis, zéker als je kat geen vrije toegang heeft tot buiten!
Lees ook: een catproof huis met heel veel tips en informatie

Meer onderbouwde informatie over het instinct van katten met betrekking tot gifstoffen kun je hier lezen.
Fabel 18: het heetste moment van de dag
In het kader van katten en warmte (het best gelezen artikel op mijn website) is dit een interessant weetje. De meeste mensen zijn in de veronderstelling dat het ’s middags tussen 12.00 en 14.00 uur het heetst van de dag is. Maar dat is niet zo! De hoogste temperaturen op warme en zonnige dagen worden bereikt in de late namiddag, tussen 17.00 en 18.00 uur. Daar kun je hier meer over lezen.
Fabel 19: verzamelfabels
Stichting Jasmijn postte een mooi rijtje fabels die ik hier post als verzamelfabels. Want helaas hoor ik ze ook vaak. Niet alleen van kattenbaasjes, maar spijtig genoeg ook van vrijwilligers bij zwerfkattenstichtingen en dierenasiels.
De socialisatiefabel komt in allerlei vormen. Gezegd wordt dat niet gesocialiseerde (zwerf-)kittens en boerderijkittens, die ouder zijn dan 6 weken, niet meer kunnen wennen aan mensen. En erger nog, sommige organisaties zetten ze terug op de vindplaats omdat het een hopeloze onderneming zou zijn om hier nog een huiskat van te maken. Ik weet uit eigen ervaring dat dit onjuist is en vele zwerfkattenstichtingen kunnen dat beamen. Er is nog zóveel eer te behalen aan kittens die geen huiselijk leven en mensen gewend zijn en leren gaat tot op hoge leeftijd door! Hier kun je er meer over lezen. Zie ook het fantastische artikel van Nicole over de kat als diersoort. Zij heeft zelfs heel veel volwassen zwerfkatten nog kunnen socialiseren!
Castreren en steriliseren is niet nodig
Ook deze fabel komt in allerlei varianten:
- het is onnatuurlijk om een kater te castreren
- je ontneemt een kater zijn mannelijkheid
- je maakt er een vrouwtje van (hoe bedenken mensen dit überhaupt!)
- castratie is een verminking waar God geen opdracht voor heeft gegeven
- poezen moeten eerst een nestje hebben gehad voordat ze gesteriliseerd mogen worden
- als alle katten worden gecastreerd, dan zijn er straks geen huiskatten meer, alleen maar raskatten
Het zijn stuk voor stuk fabels! Katten die niet gecastreerd zijn (poes/kater) lijden heel erg onder hun hormonen en lopen daardoor ook gevaar (in hun buitenomgeving, maar ook zijn er – met name bij poezen) gezondheidsrisico’s als je een kat niet laat helpen. Hier vind je alle informatie over de noodzaak van castreren en in dit bericht vind je nog meer fabels over castratie.
Het idee ‘dat er straks geen huiskatten meer zijn, alleen maar raskatten’ is nog mijlenver verwijderd van de werkelijkheid. Meer dan 100 zwerfkattenorganisaties (alleen al, daarnaast doen ook talloze dierenasiels dit werk er nog bij!) zijn jaarrond bezig met het helpen en castreren van zwerfkatten en het zorgen voor moederloze kittens. Ieder jaar in piekperioden kunnen al die organisaties de vraag naar hulp niet aan. Er zijn miljoenen zwerfkatten in Nederland die een miserabel bestaan leiden. Castratie is nog steeds uiterste noodzaak en geen luxe!
Afschot van katten is volstrekt zinloos
Het tegengaan van het zwerfkattenoverschot door het doodschieten van verwilderde katten is volstrekt zinloos.
Het afschieten van katten heeft (gelukkig) weinig maatschappelijk draagvlak. Veel mensen zijn er fel op tegen, omdat er betere en humanere opties zijn (TNRC). Ook is met het blote oog niet te zien of een kat verwilderd is of een baasje heeft – en het komt dan ook voor dat er tamme katten van een eigenaar worden gedood. Bovenal heeft het afschieten van verwilderde katten geen enkel nut:
- dieren krijgen bij het verlies van hun jongen vaak tweede worpen of méér jongen per nest
- er is sprake van territoriumgedrag en lege gebieden worden snel gevuld door andere katten, omdat de leefomgeving nog steeds de draagkracht (voldoende voedsel en nestplekken) heeft voor één of meerdere katten (Greven 2014). Vermiste huiskatten en ongecastreerde katers nemen vaak direct een ‘lege plek’ in na afschot van een kat. Aangezien vermissingen helaas het hele jaar doorgaan, blijven alle lege plekken gevuld worden
- er ontstaat door afschieten een hoger energieverbruik, waardoor de dieren meer gaan eten (Greven 2014)

Vachtfabels
Dit vind ik misschien nog wel de ergste fabels omdat dit soort hardnekkige overtuigingen ertoe leiden dat katten en kittens met bepaalde vachtkleuren langer dan nodig moeten wachten op een thuis. “Schildpadpoezen zijn fel”, “rode katers zijn de liefste katten”, “zwarte katten brengen ongeluk” en “zwarte katten zijn te moeilijk om te fotograferen”.
Er is veel onderzoek naar gedaan en er is tot op heden geen enkele relatie aangetoond tussen vachtkleur en karakter, ook al hebben veel baasjes zelf stellige overtuigingen die het tegendeel zouden bewijzen. Dat er in deze tijd nog mensen zijn met Middeleeuws bijgeloof is voor mij echt onbegrijpelijk. En als je geen zwarte kat wil omdat die zo moeilijk te fotograferen zou zijn, dan zou je wellicht je fotografiekunsten eens onder de loep moeten nemen.
Het meest komische aan zwarte katten vind ik toch wel dat hun “dracula-tandjes” zoveel méér opvallen dan bij katten met andere vachtkleuren.
Misschien vind je dit ook interessant om te lezen:
6 fabels over de vachtverzorging van katten
Het artikel dat ieder (aankomend) kattenbaasje zou moeten lezen! Wat is een kat en waarom doet hij wat hij doet? Wat betekent zijn natuurlijke gedrag voor jou als baasje?










